Harry Koopman – 1932-2007

Levensloop van Pater Harry Koopman

Geboren in Tubbergen (Ov.) op 30 juli 1932 kreeg hij de doopna­men Harry, Albertus, met de roepnaam Harry. Na de lagere school in zijn geboorteplaats gevolgd te hebben ging hij pas in september 1949, hij was toen 17 jaar, naar het kleinseminarie van de Assump­tionisten in Boxtel met de intentie priester te worden. Hij deed zijn middelbare studie tot 1954, werd op 24 september van dat jaar in Halsteren ingekleed en begon hij zijn noviciaatsjaar. Op 25 sep­tember 1955 legde hij zijn eerste kloostergeloften af en vertrok naar Bergeijk, naar het grootseminarie van de Assumptionisten voor zijn filosofische en theologische studies. Op 17 december 1961 werd hij in Bergeijk priester gewijd door de Nederlandse Assumptionist Mgr. Arthur Horsthuis, bisschop van Jales in Brazilië. In augustus 1962 werd hij met toestemming van zijn overste door het bisdom Breda benoemd tot kapelaan in Welberg. Zes jaar later werd hem ook de jeugdzielzorg toevertrouwd in het dekenaat Steenbergen. Na een jaar kapelaan te zijn geweest in Terheijden, ten noorden van Breda, werd hij in 1970 benoemd in onze parochie Hoogerheide­Woensdrecht. In 1971 kreeg hij de zorg voor de parochie in Os­sendrecht en in 1978 voor de parochie in Putte. Al die tijd tot 1985 was hij lid van de communiteit die we de zuid-westhoek noemden. Van 1973 tot 1985 was hij tevens econoom van die communiteit. In 1985 nam hij voorgoed afscheid van West-Brabant en keerde terug naar zijn geboortegrond: Twente. Een jaartje was hij parttime rector in het verzorgingshuis in Weerselo en werd op 1 september 1986 pastoor in Albergen. Noodgedwongen moest hij in 1992 afscheid nemen van deze parochie. Noodgedwongen, want hij tobde al vele jaren met zijn gezondheid. Hij ging in Tubbergen, zijn geboorte­dorp wonen, verleende hier en daar hand- en spandiensten totdat hij dat ook niet meer kon. Tijdens zijn steeds slechter wordende ge­zondheid heeft hij veel steun ondervonden van zijn huisgenote Ma­rietje Markslag. Zeer dankbaar was Harry voor iedere blijk van belangstelling. Na reeds eerder het sacrament van de zieken te heb­ben ontvangen geraakte hij tenslotte in coma en stierf op 30 okto­ber 2007. Na een plechtige uitvaartdienst in de parochiekerk in Tubbergen op 5 november werd hij ter ruste gelegd op het paro­chiekerkhof aldaar.


Bij het sluiten en het uitdragen van de kist door Michiel Zeinstra

Toen je levensadem uit jouw lichaam is weggegaan, hebben we jouw lichaam in deze ruimte gelegd, de Paaskaars ontstoken en gevraagd om Vrede en Licht,om ontvangen te worden: daar waar we louter licht vermoeden: Een nieuwe geboorte. Daar waar op­nieuw onze naam zal worden genoemd.

Je lichaam zal hier straks niet meer gezien worden. Je ogen en oren zullen ons niet meer zien of horen, je mag gezien en gehoord wor­den door God, die ook ziet wat wij niet zagen en die beter hoort dan wij onszelf kunnen horen. Wij zullen jouw stem niet meer ho­ren,maar het verhaal van je hart, wat je het meest bezielde, vertel­len we door. Je kracht, je bezieling sluiten we in ons hart. Je naam sluiten we niet uit, maar krijgt een plaats in ons herinneren.

Nu we jou dit huis uit zullen dragen, dit huis waar je zo graag was, dit huis dat Marietje voor jouw tot een thuis maakte: je aardse pa­radijs. Dit huis waar jullie je broers, zwagers, zussen, schoonzussen en ieder die maar aankwam ontving, dit huis dat je samen deelde met Marietje en waar je iedere zaterdag met broers koffie dronk en zo kon genieten van de gezelligheid.

Maar bij alles proefde je de gastvrijheid en de zorgzame hand van jouw Marietje, die je tot in jou laatste uur zo nabij was.

Nu we jou dit huis uitdragen beseffen we nog maar half hoe dit huis voor altijd anders zal zijn, leger, stiller.

Nu we jou dit huis uitdragen groeten we je in de verwachting dat je in een nieuw huis thuiskomt.


Begin van de Uitvaardienst door Mart Lemmens.

Zegening.

Harry, namens Marietje, je broers en zussen, namens al je familieleden, je vrienden, vriendinnen en kennissen, namens de men­sen van Tubbergen, namens je oud-parochianen, namens je confraters Assumptionisten hier aanwezig heet ik je van harte welkom in deze prachtige kerk van Tubbergen. Ik zegen je nu met het water waarmee jij vijfenzeventig jaar geleden gedoopt bent. De zegen van de goede God, de Vader, de Zoon en de heilige Geest dale over je neer en blij­ve altijd met je. Amen.


Welkomstwoord.

Beste Marietje,

beste broers, zussen, familieleden,

beste familie Markslag, vrienden en vriendinnen van Harry, beste mensen uit Tubbergen en oud-parochianen, confraters Assumptionisten,

Van harte heet ik U allemaal welkom ondanks het droevige gebeuren. "Ikzelf leef dankzij Christus in mij." Dat is het citaat van Harry op de aankondiging die ons meedeelt dat Harry, pater Harry Koopman "na een welbesteed en dienstbaar priesterleven, voorzien van het Sacrament der Zieken, is overleden ". Zo staat het er. Let­terlijk, links bovenaan in de hoek.

We gaan nu afscheid nemen van "oons’ Harry". Voor velen onder ons een zeer moeilijk moment. We houden ons vast aan de herinnering aan hem, wetend dat hij nu in de hemel is, al is het dan niet een hemel op aarde maar een hemel ergens ver weg. Hij is nu bij Hem die hij zijn hele leven heeft gezocht. Ik kom hierop straks in het memoriam nog terug.


Aansteken van de kaarsen

God dank zeggen voor het leven van Harry. Dat is datgene wat ons op dit moment te doen staat. Veel goed heeft hij gedaan, al zijn er uiteraard ook fouten geweest. We gaan nu zes kaarsen aan steken rondom de kist, daarmee uitdrukkend hoe jij Marietje als huisgenote, hoe jullie broers en zussen, hoe jullie familieleden van Harry, hoe jullie, mensen van Tubbergen, hoe jullie oud-parochi­anen en hoe wij Assumptionisten zich hem herinneren en wat wij met zijn allen voor hem voelen.


V. Mag ik nu Rosa en Truus, twee zussen van Harry uitnodi­gen om naar voren te komen om de zes kaarsen rondom onze Harry aan te steken. Graag wil ik daarbij de door familieleden gekozen karakteristieken van Harry voorlezen.

V. Het Licht ontsteken we aan het symbool van het grote Licht, de paaskaars, beeld van zijn dood en verrijzenis om zo het leven van Harry te markeren.

l. Het leven van Harry wordt getekend door zijn zoektocht naar de persoon van Jezus Christus. Wie is die Jezus van Nazareth nu ei­genlijk ten diepste? Het antwoord op deze vraag heeft hij nu ont­vangen.

2. Als pastor is Harry zeer betrokken op mensen, vooral de mensen die in de problemen zitten of in de samenleving niet meetellen en gedwongen aan de kant staan.

3. De natuur en respect voor de natuur staan bij Harry hoog geno­teerd. Ook kan hij intens genieten van de Twentse humor. Drukte en lawaai moet hij niet. Stilte daarentegen, daar houdt hij van.

4. Harry heeft een groot gevoel voor humor, door hemzelf of door anderen ingebracht. Hij kan dan soms ook onbedaarlijk lachen en daardoor ook mensen voor zich innemen.

5. Iedereen krijgt alle ruimte van Harry. Hij cijfert zich weg, denkt niet aan zichzelf en is altijd voor anderen bezig op een bescheiden en innemende manier.

6. Op de voorgrond staan ligt Harry niet. De eenvoud straalt van hem af en is kenmerkend voor hem. Daarin past ook zijn zwijg­zaamheid op de momenten dat het nodig is. Zijn punctualiteit siert hem. Men kan altijd op hem rekenen.

V. Biddend en overwegend heeft Harry zich tenslotte overge­geven. Wij vragen U nu, God, geef hem de welverdiende eeuwige rust en vrede.



Bibliographies